Rotterdam CS (toetsenbordbediening) en de bruggen over de Delfshavense Schie

     

Rotterdam CS (toetsenbordbediening)


Met ingang van 20 mei 1980 is te Rotterdam CS als proef een toetsenbordbediening ingevoerd.
Deze installatie bestond uit een Integra bedieningstoestel, een Integra signaleringstableau en een Siemens toetsenbordbediening.
De rijwegen worden normaal ingesteld door de toetsenbordbediening maar in geval van storing kon worden overgeschakeld naar het Integra bedieningstoestel.

Er waren twee bedieningsplekken, één voor het station Rotterdam CS en één voor voor de baanvakken Westelijke Splitsing - Schiedam en Westelijke Splitsing - Aansluiting ZHES - Hillegersberg Aansluiting.


Een gedeelte van het interieur van de VL post te Rotterdam CS d.d. 14 februari 1981.
(Foto: W. Vos)



Het signaleringstableau in de VL post d.d. 14 februari 1981.
(Foto: W. Vos)



Een detail van het signaleringstableau d.d. 14 februari 1981.
(Foto: W. Vos)



Het bedieningstoestel voor het ingeven van de treinnummers d.d. 14 februari 1981.
(Foto: W. Vos)


     

Het Integra bedieningstoestel voor het station Rotterdam CS (links)
en het Integra bedieningstoestel voor de baanvakken Westelijke Splitsing - Schiedam en Westelijke Splitsing - Aansluiting ZHES - Hillegersberg Aansluiting (rechts) d.d. 14 februari 1981.
(Foto's: W. Vos)


     

Het toetsenbord voor het station Rotterdam CS (links)
en het toetsenbord voor de baanvakken Westelijke Splitsing - Schiedam en Westelijke Splitsing - Aansluiting ZHES - Hillegersberg Aansluiting (rechts) d.d. 14 februari 1981.
(Foto's: W. Vos)



Een detail van het toetsenbord voor de baanvakken Westelijke Splitsing - Schiedam en Westelijke Splitsing - Aansluiting ZHES - Hillegersberg Aansluiting (rechts) d.d. 14 februari 1981.
(Foto: W. Vos)



Tekening van het toetsenbord.

In de bovenstaande afbeelding zijn de plaatsing en de benaming van de toetsen en van de signaleringen aangegeven.

Beschrijving van het toetsenbord
Alle hieronder vermelde toetsen kunnen worden gedrukt.
  1. Snelcodeertoetsen
    Grijze toetsen voorzien van een opschriftplaatje. Voor de opschriften wordt verwezen naar de plaatselijke gegevens.

  2. Numeriek toetsenbord
    Grijze toetsen voorzien van de cijfers 0 t/m 9.

  3. Werkvenster
    Een met rode transparante kunststof afgedekte display met 8 posities waarin cijfers kunnen worden getoond.
    De 8 posities zijn in drie rubrieken verdeeld:
    posities 1 t/m 3: rubriek 1;
    posities 4 t/m 6: rubriek 2;
    posities 7 en 8 : rubriek 3.

  4. Buffervensters
    Het rode transparante kunststof afgedekte displays met elk 8 posities.
letter
afb.
opschrift toets(en) kleur verklaring opschrift
Egrijsvan werkvenster naar buffervenster
Fgrijsvan buffervenster naar werkvenster
GWISgroenwissen
HNgrijskeuzetoets normaal
JBSgeelkeuzetoets rijden op zicht
KAgrijskeuzetoets automatisch
LHroodkeuzetoets herroepen
MBLB AAN / BLB UITblauwblauwe lichtbak aan / uit
NLL / RLgrijslinksleidend / rechtleidend
OWL VRIJgroenwissel vrij
PLL MARK / RL MARKroodlinksleidend / rechtleidend markeren
QLS / RSgrijslinkerspoor / rechterspoor
RVSroodverkeerd spoor
SMARKroodmarkeren
TDEMARKgroendemarkeren
UVRIJgroenvrijmaken
VGEVEN / TERUGgrijsgeven / terugnemen
WUITV MARKgrijsuitvragen markeringen


Bij een toetsenbordbediening zijn er één of meer bedieningseenheden met een aantal toetsen of vensters.
Er is een nummeriek toetsenbord voor de cijfers 0 t/m 9 en er zijn toetsen met andere opschriften.
Verder is er een snelcodeertoetsenbord met 24 toetsen waarmee veel voorkomende commando's is één keer in het werkvenster kunnen worden gebracht.
Naast het werkvenster zijn er nog 10 buffervensters, zodat 10 commando's alvast kunnen worden ingetoetst en opgeslagen.
Met "pijltoetsen" kunnen gegevens van het werkvenster naar een buffervenster worden overgebracht of omgekeerd.

Alle commando's bestaan uit een getal van drie cijfers dat moet worden ingetoetst met behulp van het nummerieke toetsenbord of een snelcodeertoets.
Deze cijfers verschijnen dan in het werkvenster; door daarna één der "uitvoeringstoetsen" te drukken, wordt het commando aan de beveiliging doorgegeven.
Als een commando kan worden uitgevoerd dan verdwijnt het getal uit het werkvenster.
Als het commando niet kan worden uitgevoerd, dan klinkt er een kort geluidssignaal en blijven de gegevens in het werkvenster staan.
De in te toetsen getallen zijn de nummers van seinen, wissels, bruggen, vrijgave rangeren, rijrichtingen en seinen SR 304a (twee blauwe lampen).
Nummers bestaande uit één of twee cijfers moeten driecijferig worden gemaakt door er nul(len) voor te plaatsen.
Alleen bij rijweginstelling moeten twee getallen van er drie cijfers worden ingetoetst: het nummer van het sein aan het begin van de rijweg en het nummer van het sein aan het einde van de rijweg (of, wanneer daar geen bediend sein staat, het spoornummer).

De uitvoeringstoetsen voor rijweginstelling dragen de bekende opschriften (N)ormaal, (B)ezet (S)poor en (A)utomatisch.
Verder zijn er toetsen (H)erroepen, GEVEN en TERUG (voor beweegbare brugen en Vrijgave rangeren),LL, RL en WL VRIJ (voor wisselbediening); links- leidend resp. rechtleidend, wissel vrij voor rijweginstelling; analoog aan de drie mogelijkheden van de wisselsleutels op normale NX-toestellen, LS en RS (voor het wisselen van de rijrichting), BLB AAN en BLB UIT (sein SR304a aan resp. uit).

De toetsenbordbediening heeft nog enkele mogelijkheden die niet aanwezig zijn bij de geografische bedieningstoestellen.
Genoemd werden al de opslag van commando's in de buffervensters en de snelcodeertoetsen.
Verder is het mogelijk een hele route in één keer in te toetsen met het nummer van het sein aan het begin van die route en het nummer van het sein aan het einde van de route.
Door vervolgens herhaald de toest N of BS te drukken komt de route van sein tot sein tot stand (vergelijkbaar met het veel beperktere "doorkoppelen" bij sommige geografische bedieningstoestellen).
Na het intoetsen van een commando kan nog een herhalingsgetal (max. 9) worden meegegeven. Na uitvoering van dit commando gaan de ingetoetste gegevens automatisch naar een buffervenster en kunnen later worden teruggehaald naar het werkvenster om dit commando opnieuw te laten uitvoeren.
Na iedere uitvoering van het commando wordt het herhalingsgetal 1 kleiner.
Verder kan men wissels, seinen, rijrichtingen, eindnummers (=sporen), vrijgave rangeren, bruggen en seinen SR304a onbedienbaar maken door het drukken van de uitvoeringstoets MARK (nodig in verband met werkzaamheden).
Het weer in dienst nemen geschiedt door het drukken van de toest DEMARK en deze ingedrukt houden totdat de toest VRIJ ook is gedrukt.
Voor wissels zijn er aparte toetsen LL, MARK en RL MARK voor de linksleidende en de rechtsleidende standen. Door herhaald de toest UITV MARK te drukken krijgt men een opgave van alle markeringen.

Bij de proef te Rotterdam zijn er twee toetsenborden, twee geografische bedieningstoestellen en één signaleringstableau.
De geografische bedieningstoestellen zijn voor Rotterdam CS resp. Schiedam - Rotterdam West, Delfshavense Schie, Westelijke Splitsing, Aansluiting ZHES en Hillegersberg aansluiting. Normaal worden deze gebieden ook met de verschillende toetsenborden bediend en hebben de snelcodeertoetsen daarop ook betrekking; via elk numeriek toetsenbord kan men echter het gehele gebied bedienen.
De geografische bedieningstoestellen normaal normaal niet gebruikt.

De bruggen over de Delfshavense Schie



In het beheersgebied van deze post liggen de beweegbare bruggen over de Delfshavense Schie.
In 1911 werd de viersporige rolbasculebrug geopend. Deze lag twee meter hoger dan de oude brug, had een doorvaartwijdte van 9,20 meter had een doorvaarthoogte van 4,30 meter.
De hoofdoverspanning was 14 meter en over de 4 sporen was een seinhuis gebouwd. Dit is in 1954 afgebrand, waardoor grote problemen met het treinverkeer rond Rotterdam ontstonden.

In de late avond van 26 januari 1954 maakte een korte-, maar zeer felle brand een eind aan het bestaan van deze, dwars over de spoorbaan gebouwde bedienpost.
Door het incident werd de 'Oude lijn' tussen Rotterdam en Schiedam abrupt geblokkeerd. Behalve de bedieningstoestellen voor de beveiliging, ging ook de apparatuur voor het openen en sluiten van de bruggen verloren. Als gevolg hiervan ondervond de scheepvaart ter plaatse gedurende enkele weken ernstige hinder.
Hoewel de brand al snel door het dienstdoende personeel werd ontdekt en de brandweer spoedig met groot materieel ter plaatse was, belette vorst en een straffe oostenwind de effectieve bestrijding van het vuur. Zo raakte de trap van het seinhuis en de ondergelegen brug, ondanks het strooien van zand en pekel door de Gemeentedienst, spiegelglad door bevroren bluswater. Verkleuming speelde de hulpverleners eveneens parten.
Opmerkelijk genoeg slaagden de Spoorwegen erin om slechts zes uur na het uitbreken van de brand weer treinen te laten rijden over twee van de vier sporen. Tot die tijd werden reizigers met bussen vervoerd.


Het vroegere uit hout en plaatijzer opgebouwde seinhuis van de Delfshavense Schie.
(Foto: Hans de Herder/collectie Bertus Werner)
bron: www.feijenoordsemeesters.nl.



Een detail van de spoorbruggen over de Delfshavense Schie d.d. 7 februari 1989.
(bron: www.sporen-met-rob.nl)


In 1994 is de huidige spoorbrug geopend, een dubbele stalen ophaalbrug met een doorvaarthoogte van 7 meter. Deze brug opent alleen nog 's nachts, zodat het treinverkeer overdag geen hinder van de scheepvaart ondervindt.
Deze brug is ontworpen door spoorwegarchitect ir. J. Bak en kreeg in 1990 de Nationale Staalprijs in de categorie Bruggen en Viaducten.


De nieuwe spoorbruggen over de Delfshavense Schie d.d. 23 februari 2015.
(Foto: Ruud van de Breevaart)

De bruggen konden worden geopend na een verkregen toestemming van post T te Rotterdam CS.


Tekening van het bedieningstoestel in de brugpost.

Brugbediening

Toestemming voor het openen van één van de vier bruggen kan niet worden gegeven als in het betrokken bruglampje geel licht brandt.
Het gele licht in de respectievelijke bruglampjes a, b, c, en d is gedoofd als:
  1. Geen rijweg is ingesteld of vastgelegd vanaf één van de seinen 114, 116, 118, 120, 128, 138, 146, 148, 150 of 152 over brug a, resp. b, resp. c, resp. d.
  2. Het spoorgedeelte tussen de seinen 114, 116, 118, 120, 128, 138, 146, 148, 150 of 152 en de tweede isolerende las over de desbetreffende brug niet bezet is als gevolg van een beweging genoemd bij punt a.
  3. Het openen van één van de bruggen.
    1. De treindienstleider te Rotterdam CS geeft toestemming tot brugbediening, waardoor:
      • in het betreffende bruglampje groen knipperlicht gaat branden;
      • vanaf de seinen 114, 116, 118, 120, 128, 138, 146, 148, 150 of 152 over de betreffende brug kan geen rijweg meer kan worden ingesteld.
    2. De brugwachter in de brugpost draait de grendelstelknop van de betreffende brug 25° om, waardoor:
      • het groene lampje op de betreffende sleutelvergrendelkast gaat branden;
      • bij de treindienstleider te Rotterdam CS het groene knipperlicht in het betreffende bruglampje verandert in groen constant licht.
    3. De brugwachter in de brugpost draait de betreffende grendelstelknop geheel om, waardoor:
      • het groene lampje op de betreffende sleutelvergrendelkast dooft;
      • de betreffende sleutel "B.Br" uit het slot van de betreffende sleutelvergrendelkast kan worden genomen.
    4. Voor het openen van de brug handelt de brugwachter zoals in het betreffende BBB is voorgeschreven.

  4. Het sluiten van de brug.
    1. Voor het sluiten van de brug handelt de brugwachter zoals in het betreffende BBB is voorgeschreven.
    2. De brugwachter in de brugpost brengt de desbetreffende vrijgekomen sleutel "B.Br" in het slot aan de desbetreffende sleutelvergrendelkast en draait de betreffende grendelstelknop in de normale stand, waardoor:
      • bij de treindienstleider te Rotterdam CS het groene lampje in het betrokken bruglampje op het signaleringstableau verandert in groen knipperlicht.
    3. De treindienstleider te Rotterdam CS neemt de toestemming tot brugbediening terug, waardoor:
      • het groene knipperlicht in het bruglampje dooft;
      • vanaf de tot de brug toegang gevende seinen kunnen weer rijwegen worden ingesteld.

  5. Noodknop.
    In de brugpost is bij de sleutelvergrendelkasten een verzegelde noodknop aangebracht.
    Hiermee kunnen in geval van nood de toeleidende seinen in de stand "stop" worden gebracht.
Bepalingen betreffende "stop" tonende seinen:
Indien één van de seinen 114, 116, 118, 120, 128, 138, 146, 148, 150 of 152 in de stand "stop" moet worden voorbijgereden mag, tenzij de brugwachter anders heeft meegedeeld, niet worden vertrouwd op het vast en opgelegd zijn van de brug over de Delfshavense Schie.

Terug naar Home Terug naar seinhuizen