Leiden


Het station Leiden ligt aan de spoorlijn Haarlem - Den Haag HS bij km. 45.600.

Het eerste station werd geopend op 15 juni 1843 aan de Oude Lijn, de eerste spoorlijn van de HIJSM. Het oorspronkelijke stationsgebouw werd in 1879 vervangen door een nieuw gebouw van D.A.N. Margadant. Omdat er enig oponthoud was in het doortrekken van de lijn vanaf de spoorbrug over de Haarlemmertrekvaart in 1842, werd er een provisorisch station aangelegd aan de oostzijde van de spoorbrug. Hier vertrok op 17 augustus 1842 de eerste trein van Leiden naar Amsterdam.

In 1955, toen de spoorlijn omhoog werd gebracht, werd het station van Margadant vervangen door een ander gebouw, ontworpen door H.G.J. Schelling.
Het werd gekenmerkt door een grijze betonnen bouw, die in die jaren ook werd toegepast bij de stations van Arnhem, Enschede, Hengelo en Zutphen. Er waren veel pilaren in de hal en de gangen. Via een trap kon de hoofduitgang bereikt worden.
Voor het doorgaande autoverkeer, dat direct voor het station langs reed, werd in de vroege jaren negentig een tunnel aangelegd.


Het (oude) stationsgebouw van Leiden.
(bron: www.stationsweb.nl)


     

Het emplacement in noordelijke richting.
(Foto's: W. Vos)


     

Een cijferbord (Sein 304 SR 1975) uitgevoerd als bord (links) en uitgevoerd als twee blauwe lampen (rechts).
(Foto's: W. Vos)



Het emplacement in zuidelijke richting.
(Foto: W. Vos)

Gebruikte afkortingen: Blokstelsels:

De emplacementstekening van Leiden.



Post T

Deze post stond in het stationsgebouw.
In de post was sedert 23 april 1956 een NX tableau geplaatst; voor een uitleg over de werking van dit toestel klik hier.


Het NX tableau in post T d.d. 2 december 1978.
(Foto: W. Vos)


     

Een detail van het NX tableau in post T d.d. 2 december 1978.
(Foto's: W. Vos)



Een detail van het NX tableau in post T d.d. 2 december 1978.
(Foto: W. Vos)



Tekening van het NX tableau in post T.


Bij rijweginstelling richting Den Haag moet ÚÚn van de knoppen "Rtd" of "Gvc" worden gedrukt.
Bij de knop gaat daarna een wit licht branden.

De sleutel van het hangslot op ontspoortong Ot 89 is onder berusting van post T.

Alle bijzonderheden worden hier beschreven.(bestandsgrootte 312 kB).


Tussen de stations Leiden en Voorschoten ligt bij km. 47.717 de draaibrug Vinkbrug over de Oude Rijn.

     

De draaibrug over de Oude Rijn bij De Vink met reizigerstrein 1123 (Amsterdam - Vlissingen) bestaande uit de treinstellen ElD5 806, ElD2 338 en 306 (links)
en met goederentrein 6381 (Leiden Goederen - Den Haag), bestaande uit locomotief 2232 met twee wagens (rechts) d.d. 25 mei 1963.
(Foto's: R. Ankersmit)

Het openen en sluiten van de brug wordt hier hier beschreven.(bestandsgrootte 60 kB).

Met ingang van 20 mei 1997 is de NX beveiliging te Leiden vervallen en is de beveiliging van dit station een onderdeel geworden van de NX - CVL post te Binckhorst.
In deze post was een Integra bedieningstoestel met een signaleringstableau geplaatst.

Gelijktijdig met de indienststelling van de nieuwe beveiliging is ook de spoorlijn Leiden - Schiphol - Amsterdam CS in dienst gekomen.


De emplacementstekening van Leiden na de indienststelling van de nieuwe beveiliging.



     

Het bedieningstoestel (links) en het signaleringstableau (rechts) d.d. 26 mei 1979.
(Foto's: W. Vos)



Tekening van het bedieningstoestel.


Tekening van het signaleringstableau.


Plaatselijk bedieningstoestel


Het plaatselijke bedieningstoestel.
(Foto: W. Vos)



Tekening van het plaatselijke bedieningstoestel te Leiden.

In geval van storing in het overdrachtsysteem tussen post T Binckhorst en Leiden kan op plaatselijke bediening te Leiden worden overgegaan.
Het plaatselijk bedieningstoestel bevindt zich in de opzichterspost en wordt bediend door de perronopzichter.
Deze perronopzichter mag echter nooit het bedieningstoestel inschakelen noch enige andere bedieningshandeling op het toestel uitvoeren zonder hiervoor opdracht te hebben ontvangen van de treindienstleider in post T Binckhorst onder wiens verantwoordelijkheid het bedienen van de beveiligingsinrichtingen plaatsvindt.
  1. Inschakelen van het plaatselijke bedieningstoestel.

    Voor zover dit nog niet het geval is stelt de treindienstleider te Hoofddorp in post T te Amsterdam de rijrichting te Hoofddorp in voor rechterspoorrijden van Leiden naar Hoofddorp en vraagt indien nodig aan de treindienstleider te Haarlem de rijrichting te Lisse in te stellen voor rechterspoorrijden van Leiden naar Lisse.
    Aangezien na het in de stand "IN" leggen van de schakelaar "PLAATSELIJKE BEDIENING" alle ingestelde rijwegen te Leiden en Leiden Goederenstation worden herroepen, mag het bedienen van deze schakelaar slechts plaatsvinden als er geen rijwegen te Leiden en Leiden Goederenstation staan ingesteld.
    De perronopzichter lgt de schakelaar "PLAATSELIJKE BEDIENING" van de stand "UIT" naar de stand "IN" waardoor:
    1. alle ingestelde rijwegen te Leiden en Leiden Goederenstation worden herroepen;
    2. de wissels 401 A/B, 407 A/B, 409 A/B, 415, 425, 435 A/B, 439 A/B, 443 A/B, 459 A/B en 489 A/B te Leiden alsmede wissel 519 te Leiden Goederenstation worden in de linksleidende stand gestuurd en vastgelegd;
    3. de wissels 405 A/B, 411 A/B, 413 A/B, 417, 419 A/B, 421, 423 A/B, 427, 437 A/B en 441 A/B, 445 A/B, 451, 453, 455 A/B, 461 en 491 A/B te Leiden alsmede wissel 503 te Leiden Goederenstation worden in de rechtsleidende stand gestuurd en vastgelegd;
    4. de toestemming voor het bedienen van de brug over het Galgewater niet meer gegeven kan worden gegeven en zonodig wordt teruggenomen;
    5. de rijrichting te Leiden wordt ingesteld voor rechterspoorrijden van Hoofddorp naar Leiden voor zover het betrokken spoor van de vrije baan onbezet is;
    6. de rijrichting te Leiden wordt ingesteld voor rechterspoorrijden van Lisse naar Leiden voor zover het betrokken spoor van de vrije baan onbezet is;
    7. rijwegen vanaf sein 524 uitsluitend tot stand komen met het criterium "DOOR";
    8. de seinen 406, 408, 420, 422, 436, 446, 448, 492 en 496 op automatische bediening worden gesteld;
      Als een alle punten is voldaan en tevens de brug over het Galgewater gesloten is, gaat op het bedieningstoestel het witte lampje "PLAATSELIJKE BEDIENING IN" na ongeveer 30 seconden branden.

    De volgende rijwegen kunnen nu vanaf het plaatselijke bedieningstoestel worden ingesteld: Vanaf het normale bedieningstoestel mogen nu te Leiden en Leiden Goederenstation geen rijwegen meer zijn ingesteld en mogen geen wisselsleutels naar boven of beneden zijn omgelegd, aangezien dit ongewenste gevolgen zou kunnen hebben bij het herroepen van rijwegen op het plaatselijke bedieningstoestel of bij het uitschakelen van dit toestel.
    Indien nog treinbewegingen op de vrije baan gaande zijn waarvoor bij binnenkomst te Leiden geen seinbediening met het plaatselijke bedieningstoestel mogelijk is, dienen deze treinen te worden binnengeloosd.
    Voor zover van toepassing kan hierna de rijrichting op het betrokken spoor van de vrije baan in de juiste stand worden gebracht.
  1. Mogelijkheden tot het instellen van rijwegen:

    1. Rijwegen naar Hoofddorp RS en Lisse RS kunnen slechts tot stand komen als het desbetreffende rode rijrichtingslampje gedoofd is. Dit lampje is gedoofd als de rijrichting op het aansluitende spoor van de vrije baan is ingesteld voor rechterspoorrijden.
    2. Rijwegen naar Den Haag RS kunnen slechts tot stand komen als het desbetreffende rode rijrichtingslampje gedoofd is.
      Dit lampje is gedoofd als geen rijweg te Den Haag Mariahoeve is ingesteld of vastgelegd naar Leiden LS en geen zodanige beweging gaande is.
    3. Rijwegen naar Alphen aan de Rijn kunnen slechts tot stand komen als het desbetreffende rode rijrichtingslampje gedoofd is.
      Dit lampje is gedoofd als geen rijweg vanaf Alphen aan de Rijn is ingesteld of vastgelegd naar Leiden en geen zodanige beweging gaande is.
  1. Rijweginstelling:

    Bij rijweginstelling met het plaatselijke bedieningstoestel is er automatische controle op spoorbezetting en de juiste stand van de in de rijweg gelegen wissels;
    Het seinbeeld "rijden op zicht" kan bij de plaatselijke bediening niet worden getoond.
    1. De perronopzichter drukt de routeknop van de gewenste rijweg;
      -    het betrokken wissel wordt in de vereiste stand gestuurd.
    2. Het betrokken wissel komt in de vereiste stand en wordt vastgelegd:
      -    er linkt een gongslag;
      -    de twee rode wissellampjes gaan branden en geven hiermee de stand aan waarin het wissel ligt.
      -    het betreffende sein toont een ander beeld dan "stop" of "rijden op zicht" (zie ook punt d.).
    3. De trein berijdt het eerste ge´soleerde spoorgedeelte achter het sein:
      -    het sein komt in de stand "stop".
    4. De trein verlaat het ge´soleerde spoorgedeelte waarin het wissel ligt dat op het tableau staat aangegeven:
      -    er klingt een gongslag;
      -    de twee rode wissellampjes doven (het wissel is niet meer vastgelegd.
  1. Seinen 502, 504, 520 en 524.

    1. Seinen 504 en 524.
      Rijwegen vanaf deze seinen komen automatisch tot stand zodra de rijweg vanaf sein 482 wordt ingesteld.
      Zodra de trein met de eerste as de isolerende las achter sein 504 of 524 berijdt komt dit sein in de stand "stop".
      Het sein komt weer uit de stand "stop" als opnieuw een rijweg vanaf sein 482 wordt ingesteld.
    2. Seinen 502 en 520.
      Rijwegen vanaf deze seinen komen automatisch tot stand zodra de rijweg vanaf sein 454 of 456 wordt ingesteld.
      Zodra de trein met de eerste as de isolerende las achter sein 502 of 520 berijdt komt dit sein in de stand "stop".
      Het sein komt weer uit de stand "stop" als opnieuw een rijweg vanaf sein 454 of 456 wordt ingesteld.
  1. Herroepen van rijwegen.

    Aangezien bij het herroepen alle seinen te Leiden en Leiden Goederenstation in de stand "stop" worden teruggebracht, mag dit herroepen - anders dan in noodgevallen - slechts geschieden als geen treinbewegingen in de richting van de betrokken seinen plaatsvinden.

    1. De perronopzichter legt direct hierna de schakelaar "PLAATSELIJKE BEDIENING" weer in de stand "UIT":
      -    alle seinen tonen de stand "stop".
    2. De perronopzichter legt daarna direct de schakelaar "PLAATSELIJKE BEDIENING" weer in de stand "IN":
      -    na 120 seconden doven de rode wissellampjes en klingt een gongslag.
      Er kunnen nu weer opnieuw rijwegen van het plaatselijke bedieningstoestel worden ingesteld.

  2. Zolang de schakelaar "PLAATSELIJKE BEDIENING" in de stand "UIT" ligt zijn alle signaleringslampjes op het plaatselijke bedieningstoestel gedoofd.
  1. Uitschakelen van het plaatselijke bedieningstoestel.

    Het uitschakelen van het plaatselijke bedieningstoestel mag - evenals bij het herroepen - slechts geschieden als geen treinbewegingen in de richting van uit de stand "stop" staande seinen te Leiden en Leiden Goederenstation plaatsvinden.
    De perronopzichter legt de schakelaar "PLAATSELIJKE BEDIENING" in de stand "UIT"
    -    alle seinen tonen de stand "stop";
    -    de signaleringslampjes op het plaatselijke bedieningstoestel doven;
    -    na 120 seconden is de rijweginstelling vanaf het normale bedieningstoestel weer mogelijk.
Voor een beschrijving van het station Leiden Goederenstation klik hier.
Voor een beschrijving van het station Lisse klik hier.

Terug naar Home Terug naar seinhuizen