Driebergen = Zeist



Het station Driebergen = Zeist is het station, gelegen tussen Driebergen = Rijsenburg en Zeist aan de spoorlijn Utrecht - Arnhem bij km. 46.940.
Het station ligt in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Het station telt 3 perronsporen, één direct langs het stationsgebouw en twee langs een eilandperron.
Op 27 juni 1844 werd de spoorlijn Amsterdam - Utrecht, aangelegd door de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij, doorgetrokken naar Driebergen.
Driebergen kreeg een directiekeet van waaruit de verdere werkzaamheden aan de spoorlijn werden gecoördineerd. Deze directiekeet werd later verbouwd tot stationsgebouw. Op 17 juli 1844 werd het traject Utrecht-Driebergen officieel in gebruik genomen en werd het stationsgebouw geopend.

Aanvankelijk heette het station uitsluitend station "Driebergen". In 1864 werd de naam aangepast in "Zeist = Driebergen", in 1904 weer naar "Driebergen" en in 1948 kreeg het station de huidige naam "Driebergen = Zeist".
Het eilandperron werd aangelegd in 1854. In 1864 kreeg het station een nieuw stationsgebouw. Het station omvatte een dienstwoning, dienstvertrekken en een salonkamer (een wachtruimte voor de gegoede reizigers). In 1894 werden de beide perrons verbonden met een ijzeren loopbrug. Rond 1900 werd het station uitgebreid met een verdieping. Dit werd de nieuwe dienstwoning van de stationschef. De voormalige dienstwoning werd een wachtkamer derde klasse. Aan de linkerzijde werd een houten hokje, dat dienstdeed als plaatskaartenkantoor, tegen het station gebouwd,.
In 1962 werd het station gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De loopbrug werd vervangen door een voetgangerstunnel. In het nieuwe, nu nog bestaande, stationsgebouw werden loketten, dienstvertrekken en een restauratie gevestigd. In 2004 werden de perrons verlengd om het stoppen van langere sneltreinen mogelijk te maken.

     

De sporen in oostelijke richting d.d. 16 oktober 1959 (links) en in westelijke richting d.d. 11 maart 1959 (rechts).
(Foto's: J.G.C. van de Meene)


     

De oostzijde van het emplacement met de bijzonder fraaie post T d.d. 11 maart 1959 (links) en d.d. 7 juli 1959 (rechts).
(Foto's: J.G.C. van de Meene)


     

De oostzijde van het emplacement d.d. 7 juli 1959 (links) en de passage van trein no. D71 (de London - Hamburg Expres) d.d. 29 mei 1958 (rechts) .
(Foto's: J.G.C. van de Meene)


     

De westzijde van het emplacement d.d. 7 juli 1959.
(Foto's: J.G.C. van de Meene)


     

De passage van motorpost mP 9201 als trein no. 4627 Utrecht - Arnhem (links) en de westzijde van het emplacement in oostelijke richting met post I (rechts) d.d. 16 oktober 1959.
(Foto's: J.G.C. van de Meene)

Gebruikte afkortingen: Blokstelsels: De beveiliging van het station Driebergen = Zeist bestand uit de posten T en I.
Voor een uitleg over de werking van de geplaatste toestellen in de posten T en I klik hier.


De emplacementstekening van Driebergen = Zeist.


Er bestond een bijzondere situatie in Driebergen = Zeist.
De toegang tot het perron tussen de sporen II en 3 was bereikbaar met een z.g. rolwagen; deze rolwagen werd ter plaatse bediend en was d.m.v. een grendel in post T in de beveiliging opgenomen en kon dus eerst worden verplaatst als het grendel in post T in de normale stand lag.


De rolwagen te Driebergen = Zeist d.d. 13 februari 1965. (Foto: J.G.C. van de Meene)




Post T




De overweg in de Utrechtsestraatweg met post T d.d. 26 juni 1969. (Foto: R. Ankersmit)


     


Details van de handelinrichting in post T d.d. 13 februari 1965.
(Foto's: J.G.C. van de Meene)



  

Tekening van de handelinrichting in post T (links) en het stelknoptoestel voor de overwegbediening (rechts).

Bediening overweg bij post T

De seinen 112 en 114 (voor treinen in de richting Maarn) en sein 116 (voor treinen uit de richting Maarn) kunnen slechts uit de stand worden gebracht als de overwegbomen gesloten zijn.
Wanneer de overwegbomen gesloten zijn en één van de seinen 112, 114 of 116 uit de stand "stop" is gebracht, dan wel spoor I bezet wordt, kunnen de overwegbomen niet meer worden geopend.

De overwegbomen kunnen slechts worden geopend als:
  1. de seinen 112, 114 en 116 alle "stop" tonen en;
  2. spoor I van de isolerende las tot de isolerende las voor wissel 16 onbezet is en;
  3. het gedeelte van het spoor uit de richting Maarn tussen de isolerende las voorbij sein 116 en de isolerende las in spoor II tussen wissel 14 en de overweg onbezet is.
Is aan deze voorwaarden voldaan en kunnen de overwegbomen door een storing niet worden geopend, dan kan T na het normaal leggen van de stelknoppen trachten de bomen te openen door de betreffende noodknop te ontzegelen en daarna te drukken.

De seinen 112 en 114 komen eerst na 40 sec. na het omleggen van krukje 7 in post T uit de stand "stop", ook al wordt het seinkrukje 7° binnen deze tijd omgelegd.
Indien T echter krukje 7 voor een doorrijdende trein omlegt voordat de eerste as van deze trein sein 545 is voorbijgereden dan komt sein 114 direct na het omleggen van krukje 7° uit de stand stop.
Voor een tijdige sluiting van de overweg bij doorrijdende treinen was in post T een treinaankondiging voor treinen vanuit Utrecht aangebracht.


Post I





     

Post I. (Foto's: W. Pescher)




Een detail van de handelinrichting in post I d.d. 13 februari 1965.
(Foto: J.G.C. van de Meene)



Tekening van de handelinrichting in post I.

Rangeren naar het hoofdspoor van Utrecht

Naar het hoofdspoor van Utrecht mag alleen worden gerangeerd als de begeleider van het rangeerdeel in het bezit is van de sleutel "Rang. n. sp. v. Ut" afkomstig uit post I.
I drukt hiertoe de drukknop in het sleutelrelaiskastje waardoor indien er zich geen trein bevindt op het hoofdspoor van Utrecht tussen het lichtsein bij km. 40.666 en wissel 1, het venstertje in het sleutelrelaiskastje blauw wordt en de sleutel uit het sleutelrelaiskastje kan nemen en overhandigen aan de begeleider van het rangeerdeel; in deze situatie kan geen treinverkeer vanuit Utrecht plaatsvinden.
Na afloop van de rangeerbewegingen overhandigt de begeleider van het rangeerdeel de sleutel weer aan I waarna I deze sleutel weer in het slot in het sleutelrelaiskastje brengt en er weer treinverkeer vanuit Utrecht kan plaatsvinden.

Spooraansluiting Bunnik


Tussen de stations Driebergen = Zeist en Lunetten lag bij km. 42.924 de spooraansluiting Bunnik.

     

Het emplacement bij de spooraansluiting Bunnik in oostelijke richting (links) en de passage van trein no. 775 getrokken door locomotief no. 1142 (rechts) d.d. 2 mei 1958.
(Foto's: J.G.C. van de Meene)



De passage van trein no. 4734 getrokken door locomotief no. 1003 d.d. 2 mei 1958.
(Foto: J.G.C. van de Meene)


De bediening van deze spooraansluiting vond plaats vanuit Driebergen = Zeist.


De situatietekening van Bunnik.


De handelingen voor de bediening van deze aansluiting worden hieronder beschreven: Als het rangeerdeel van de aansluiting moet vertrekken dan drukt de begeleider de drukknop in de sleutelrelaiskast. Indien er zich op het hoofdspoor geen trein bevindt tussen de isolerende las bij km. 44.090 en de overweg en post I te Driebergen = Zeist sein 104 of 106 niet heeft bediend wordt het venstertje in de sleutelrelaiskast blauw. Met ingang van 7 mei 1972 is de klassieke beveiliging te Driebergen = Zeist vervallen en is de beveiliging van dit station een onderdeel geworden van de CVL beveiliging bediend vanuit Utrecht.

Voor een beschrijving van het station Maarn klik hier.
Voor een beschrijving van het station Lunetten klik hier.

Terug naar Home Terug naar seinhuizen