De trekkerlade


Indien geen bediening van wissels of seinen nodig was werd door de HSM gebruik gemaakt van een trekkerlade; deze trekkerlade werd altijd geplaatst in post T.
De bediening van de wissels en seinen werd gedaan door de nevenposten.

Deze trekkerlades waren aanwezig te Doetinchem, Hoorn en Leerdam.


De trekkerlade met blokkast in post T Doetinchem d.d. 24 maart 1978.
(Foto: W. Vos)



De trekkerlade met blokkast in post T Hoorn.
(Foto: J.G.C. van de Meene)



De trekkerlade met blokkast in post T Leerdam d.d. 7 juni 1975.
(Foto: W. Vos)



De trekkerlade bestaat uit de "platte" doos waarop een blokkast is geplaatst.
In deze "platte" doos zijn een aantal trekkers aangebracht welke konden worden uitgetrokken of ingeduwd.
Tussen de verschillende trekkers waren koppelingen aangebracht waarmee werd voorkomen dat tegenstrijdige toestemmingen konden worden gegeven.
De trekkers waren voorzien van opschriften waarop de betekenis van de trekker werd vermeld.
Nadat een trekker was uitgetrokken of ingeduwd werd door middel van het gekoppelde venster toestemming verleend aan de nevenpost waarna deze nevenpost de handelingen voor het instellen van de rijweg kon verrichten.
Nadat de treinbeweging was uitgevoerd werd door de nevenpost de rijweg afgebroken en werd het venster teruggegeven aan post T waarna deze de betreffende trekker weer in de normale stand terugbracht en de normale toestand weer was hersteld.

De blokvensters waren in deze situatie aangebracht in de nevenposten.
Op enkelsporige baanvakken waarop blokstelsel A aanwezig was moest post T toestemming verlenen aan de nevenposten om het enkelspoorvenster te bedienen.
Deze toestemming werd verleend door het drukken van een wekknop op de blokkast in post T; na het drukken van deze wekknop kwam op de nevenpost een sper boven het enkelspoorvenster vrij waarna het enkelspoorvenster op de nevenpost kon worden bediend en de rijrichting werd gewisseld.

terug naar Home terug naar Uitleg