Het stelknoptoestel


Het stelknoptoestel van post II te Venlo 6 augustus 1985. (Foto: W. Vos)


Geschiedenis

Omstreeks 1900 werd in Nederland de elektrische en elektropneumatische bediening van wissels en seinen ingevoerd.
Bij elektrische bediening wordt via een "stelknoptoestel" stroom toegevoerd aan een elektromotor waarmee een wissel of sein wordt bediend.
De stroom voor de wissel- en seinbediening wordt geleverd door accubatterijen die zijn opgesteld in de seinhuizen; een laadinrichting houdt de spanning van de accu's op peil.
Er worden twee spanningen gebruikt; 136 V voor de elektromotoren van de wissels en seinen, 34 V voor allerlei controlestroomlopen.
Bij elektropneumatische bediening wordt via een elektrisch bediende klep samengeperste lucht toegelaten tot een mechanisme waarmee een wissel of sein wordt bediend.
De elektropneumatische bedieningstoestellen zijn verwijderd of verbouwd tot elektrische bedieningstoestellen.
In Nederland werd gebruik gemaakt van toestellen model 1912 van de Vereinigte Eisenbahn Signalwerke ( V.E.S. ).
Deze toestellen worden ook door de Alkmaarse IJzer- en Metaalgieterij gemaakt.
Te Amsterdam, Haarlem en Roosendaal waren toestellen van een ouder type in gebruik; in Haarlem, Maastricht en Watergraafsmeer zijn de uit latere jaren stammende 5- en 7-rijige stelknoppen in gebruik geweest.
Het laatste stelknoptoestel is in gebruik geweest in Utrecht post H (postperron) tot het jaar 2006.

De opbouw van het stelknoptoestel type VES.

Het stelknoptoestel bestaat uit de volgende delen:

Het onderstel




Het stelknoptoetsel van seinhuis A Utrecht CS.
De rechter afdekplaat van het onderstel is weggenomen. Net zichtbaar zijn de contacten van de diverse stelknoppen. Ook zijn net onder de stelknoppen de zekeringen zichtbaar.
(Foto: Utrechts Archief)




Een doorzichtige tekening van een stelknoptoestel en het verloop van de as langs diverse contacten. Links zit de stelknop. Op de lange as naar links zitten de nokken voor de koppeling met de linialen het blok in het midden is voor de meldvensters



In het onderstel kwamen de kabels binnen vanuit diverse onderdelen buiten en de relaiskast(en). Daarnaast zaten hier ook de diverse contacten van de stelknoppen. Achter de linialenkast zat voor iedere knop een haakse overbrenging naar een verticale as in het onderstel waarop de diverse contacten zaten. De hoeveelheid contacten kon per stelknop verschillen.

De linealenkast

Ondanks dat alle buitenapparatuur electrisch aangedreven was werd er binnen voor de controle nog gebruik gemaakt van een linialenkast. Stelknoppen konden hierdoor niet tegenstrijdig worden omgelegd. De grootte van de kast was afhankelijk van de grootte van het toestel en de complexheid. Linialen hoefde niet perse geheel door het toestel te lopen. Op de linialenkast zat net als bij een S&H toestel een glasplaat.
Voor de linelenkast zaten de stelknoppen welke met assen door de linialenkast liepen. Enkele assen waren speciaal gevormd zodat nokken op de assen niet nodig waren maar de as zelf een nok was. Er zaten dan wel nokken op de linialen


Detail van de stelknoppen van een wissel (blauw) en twee seinen tevens rijwegen (rood). De wisselknop in veld 7 is omgelegd. Gramsbergen (Foto: W. Vos)




Detail van de stelknoppen en de linialenkast van het voormalige toestel uit Ressen-Bemmel (Foto: P.P. van Birgelen)



Net als bij een Siemens & Halske handelinrichting is het stelknoptoestel verdeeld in velden, die hier 75 mm breed zijn. In elk veld kan één van de onderstaande stelknoppen geplaatst worden:
De blauwe en de gele knoppen kunnen 90° links om worden gedraaid. De groene knoppen kunnen 45° naar links en rechts worden gedraaid; de rode knoppen kunnen ook vaak zowel linksom als rechtsom worden gedraaid en wel eerst 45° en daarna van 45° naar 90°. Voor het draaien moet de knop iets worden uitgetrokken. Bij het draaien van de knop naar 45 ° wordt door middel van de linialen mechanisch gecontroleerd of met name de wissels in de juiste stand liggen. Het verder draaien van de knop naar 90 ° is slechts mogelijk als aan de koppelstroomvoorwaarden ( b.v. blokvrij of toestemming van een andere post ) is voldaan.
Het terugleggen van de knop kan in geval van gevaar o.i.d. altijd worden teruggelegd naar de 45 ° stand; het betreffende sein komt dan direct in de stand stop. Het terugleggen van de knop naar de 0° stand kan slechts worden gedaan als de rijweg geheel door de trein is afgereden; bij een storing kan de versperring worden opgeheven door het ontzegelen en daarna indrukken van de boven het venster aanwezige noodknop.
De verbinding tussen het stelknoptoestel en een eventueel aanwezige blokkast vindt plaats langs elektrische weg; er is geen mechanische koppeling tussen de beide toestellen en de bloksloten zijn dan ook in een aparte blokkast aangebracht.

Bediening van seinstelknoppen en wisselstraatseinstelknop:
  1. Spervenster wit: de knop kan worden bediend. Als het spervenster blauw is moet het eerst wit worden door een handeling in dezelfde of een andere post;
  2. Knop 45 ° draaien. Gevolgen: het koppelstroomvenster blijft blauw of is na 30° wit geworden. Het spervenster wordt blauw of blijft wit. Als het blauw wordt, kan de knop niet meer worden teruggelegd en is de wisselstraat gesperd.. Het seinmeldingsvenster dat wegens stroombesparing niet werkte , toont nu "sein in de stand stop";
  3. Wachten tot het koppelstroomvenster wit wordt als het nog blauw was;
  4. Knop doorleggen naar 90°. Gevolgen : koppelstroomvenster blijft wit, sein komt uit de stand stop, seinmeldingsvenster wordt wit, spervenster wordt blauw als het nog wit was.

Als de trein het sein is gepasseerd wordt het koppelstroomvenster blauw en toont het seinmeldingsvenster "stop". De seinstelknop kan worden teruggelegd in de 45° stand. Dat kan overigens altijd, het sein komt dan in de stand "stop". Als de trein de wisselstraat is uitgereden , wordt het blauwe spervenster wit, gaat een schel luiden en kan de knop worden teruggelegd in de 0° stand en stopt de schel met luiden.

Het handelen in geval van storing bij stelknoptoestellen

Door diverse oorzaken is het mogelijk dat er een storing optreedt. Om ook in deze gevallen gevaar uit te sluiten, zijn er voorzieningen getroffen om het risico tot een minimum te kunnen beperken.
Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat een stelknop niet omgelegd mag worden, omdat een wissel of sein (tijdelijk) buiten dienst is. Om misverstanden te voorkomen, kan er een rode sper met hierop 'GEVAAR' aangebracht worden tussen de stelknop en het toestel. De sper fungeert niet alleen als reminder, maar verhindert (blokkeert) ook het daadwerkelijke omleggen van de stelknop.


Een gevaarknop aangebracht op een groene knop. (Foto: P.P. van Birgelen)



De werking en het gebruik van zekeringen.

Alle stroomlopen tussen het stelknoptoestel en de motoren die het wissel, het sein of de overweg bedienen, zijn beveiligd middels zekeringen. Elke stroomloop kent een zogenaamde motorzekering en een controlezekering. Deze bevinden zich achter een klep meteen onder de stelknoppen. De zekeringen kunnen alleen uitgenomen en vervangen worden door het verzegelde plaatje voor de zekeringen te ontzegelen en weg te draaien. Wanneer de motor gehinderd wordt bij het omlopen, hetgeen voornamelijk bij wisselmotoren zal geschieden, brandt de controlezekering door. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer er zich een voorwerp of sneeuw tussen de wisseltongen bevindt of wanneer het wissel open wordt gereden. In dat geval neemt men zowel de motor- als de controlezekering uit en krukt het wissel terug in de normaalstand. Vervolgens legt men de stelknop in de stand, overeenkomstig met de wisselstand buiten. Men mag nu de motorzekering terugplaatsen en de controlezekering vervangen door een nieuw exemplaar. Dit mag men slechts eenmaal doen. Wanneer de zekering vervolgens opnieuw doorbrandt, is er een ander probleem en moet seinwezen ingeschakeld worden. Het openrijden van het wissel en dus het geforceerd verdraaien van de motor resulteert altijd in het verbreken van de koppelstroom, waardoor, veiligheidshalve, het betreffende sein altijd terugvalt in 'de stand stop'.


Het uitnemen van twee zekeringen onder een wisselknop.



Kast met meldvensters en noodknoppen.


Achter de linialenkast bevond zich de kast waarop de noodknoppen zaten en de meldvensters van de stelknoppen. Achter de meldvensters was nog plaats voor enkele contacten van de stelknop.
De meldvensters bestonden uit magneetspoelen die afhankelijk van de situatie en stand gekleurde vlakjes lieten zien zodat de wachter de status van de buitenapparatuur kon zien. Zoals bijvoorbeeld of de eindstand was bereikt, stand van het sein, het wissel bezet was en of de trein de rijweg had afgereden (wisselstraatsper). In noodgevallen kan de knop altijd worden teruggelegd naar de 45 ° stand; het betreffende sein komt dan in de stand stop.


De positie van het binnenwerk van de meldvensters van een sein en hun koppeling op de stelknopas.



De stelknop kon niet zomaar bediend worden. Naast de vergrendeling door de linialenkast konden ook de meldvensters de stelknop vergrendelen. Dit bijvoorbeeld als wisselstraatsper bij een sein en rijwegknop maar ook een wissel als deze bezet was en een bezetmelder had.


Een demotoestel met de meest voorkomende stelknoppen.



Verklaring van de stelknoppen en de betekenis van de meldvensters
Verklaring per veldnummer welke links naast de stelknop staat.
  1. Stelknop van een rijweg van de hoofdbaan naar een aantal sporen. Knop naar links lijdt naar spoor I. Knop naar rechts naar spoor 4 of 5. In dit geval bedient de stelknop twee armseinen op een bordes.
    De meldervensters zeggen het volgende: Blauwe vlakken onder: Knop niet bedienbaar (bv. toestemming van andere post nodig of spoor niet vrij). Wit is bedienbaar. Daarboven rood: Stand van het sein. Staat in stand stop. Wit is uit de stand stop. Ernaast blauw: Geen koppelstroom. Wordt wit zodra de knop een stukje (45°) wordt gedraaid. Wordt weer blauw als de trein het sein afrijdt. Zonder koppelstroom komt het sein niet uit de stand stop. Boven het meldersvenster zit de noodknop mocht de wisselstraatsper niet werken.
  2. Stelknop voor één enkele rijweg. Meldervensters als veld 1 maar dan met maar één toestemmingsmelder. Ook hier een noodknop voor de wisselstraatsper. De stelknop kan naar links worden omgelegd.
  3. Stelknop voor rijwegen van verschillende sporen naar één richting. Knop kan twee kanten op worden gedraaid. Meldervenster als veld 1. Ook hier een noodknop voor de wisselstraatsper. De stelknop kan zowel naar links als naar rechts worden omgelegd.
  4. Stelknop voor een rijweg vanaf een spoor naar twee andere sporen. In dit geval beveiligd door een rangeersein. Voor de rest gelijk aan veld 1. Omdat het hier om een rangeerbeweging gaat is er geen wisselstraatsper, dus geen noodknop. De stelknop kan zowel naar links als naar rechts worden omgelegd afhankelijk vanaf welk spoor de rijweg start.
  5. Stelknop voor een rijweg vanaf twee sporen naar een richting. In dit geval beveiligd door een rangeersein en een armsein. Voor de rest gelijk aan veld 2. Omdat het hier om een rangeerbeweging gaat is er geen wisselstraatsper, dus geen noodknop. Betreft het sein is het voor goederentreinen waardoor deze ook vaak ontbreekt. De stelknop kan naar links of rechts worden omgelegd afhankelijk voor welke richting. Verder geeft de blauwe punt naast de stelknop aan dat de rijweg in beide richtingen naar een boveleidingloos spoor leidt.
  6. Stelknop voor een rijweg vanaf twee sporen naar twee andere sporen. Omdat deze knop een sein bedient zonder koppelmagneet en terugmelding heeft deze stelknop minder melders. Alleen de sperren zijn aanwezig. De stelknop kan zowel naar links al naar rechts worden omgelegd afhankelijk vanaf welk spoor de rijweg start.
  7. Veld 7 is een reserve veld.
  8. Wissel 5 is een wissel zonder bezetmelder; verder geeft de witte pijl in het blauwe ronde vak aan dat het wissel in de rechtse stand leidt naar een spoor zonder bovenleiding.
  9. Wissel 7A is een wissel zonder bezetmelder. Dit wissel kan zowel onder "de draad" liggen als zonder bovenleiding.
  10. Wissel 6 en 7B hebben een bezetmelder welke door een rode pijl wordt weergegeven. Als het wissel onbezet is wordt de pijl onzichtbaar. Om stroom te besparen is de spermagneet normaal niet bekrachtigd, hij wordt pas ingeschakeld bij het uittrekken van de stelknop. De wijzer van het controlevenster is dus normaal zichtbaar, maar draait weg bij het uittrekken van de knop , tenzij het wissel bezet is. Vanwege de bezetmelder is er een noodkop aanwezig om de stelknop vrij te maken mocht het wissel onterecht als bezet wordt aangegeven.
  11. Veld 11 is een reserve veld
  12. Met deze stelknop bediend men een overwegboom. Signalering kan elders worden weergegeven d.m.v. lampen, Meestal een witte voor de lichten, een groene voor het tijdgrendel en een witte dat de overweg gesloten is.
  13. Idem als veld 12
  14. Veld 14 is een reserve veld.
  15. Voor een bruggrendel gebruikt men een groene knop. Dit grendel is een stelmotor die een pen in de brug duuwt zodat deze vastligt. Door het omleggen van de stelknop vergrendelt men de brug. Deze stelknop is voorzien van een toestemmingsmelder welke wit moet zijn om de knop te kunnen bedienen.
  16. Voor een grendel en stopontspoorblok is een eenvoudige grendelstelknop. Deze heeft in dit geval geen toestemmingsmelder.

Optie: Bovenkast met melders, signalering en overige knoppen.



Op en aan het toestel konden nog andere optionele onderdelen zitten zoals linialensloten en aankondigingsbellen met lampen. Hieronder volgen enkele voorbeelden.


Het stelknoptoestel van 't Harde is een mooi voorbeeld.
Naast het toestel de betekenis van alle extra opties.
De kastjes aan de zijkanten waren de aankondigingen met bellen en lampen.
De venstertjes no. 1 t/m 18 zijn de zogenaamde meldvensters.
Onder 9, 10 en 11 zitten de ontgrendelknoppen voor een drietal ontgrendelknoppen.


Overwegen



Voor overwegen welke via een apart toestel werden bediend had men een apart toestel ontwikkeld. Hierin ontbraken meestal de linialen. De toestellen zagen er qua vorm iets anders uit. Onderling waren er ook verschillen maar meestal veel overeenkomsten of net iets anders ingedeeld.


Het overwegstelknoptoestel van wachtpost 14 nabij Venlo d.d. 10 juni 1978.

De linkse witte lampen waren voor de knipperlichten.
Daarnaast de noodknoppen voor openen en sluiten.
Dan de stelknoppen voor de bomen en de lampen voor de gesloten stand en het tijdgrendel.
( foto W. Vos)




Terug naar Home Terug naar Uitleg