Het meerrijige stelknoptoestel


Het meerrijige stelknoptoestel in post T te Maastricht d.d. 27 december 1978. (Foto: W. Vos)

Inleiding


Omstreeks 1900 werd in Nederland de elektrische en elektropneumatische bediening van wissels en seinen ingevoerd.
Bij elektrische bediening wordt via een "stelknoptoestel" stroom toegevoerd aan een elektromotor waarmee een wissel of sein wordt bediend.
De stroom voor de wissel- en seinbediening wordt geleverd door accubatterijen die zijn opgesteld in de seinhuizen; een laadinrichting houdt de spanning van de accu's op peil.
Er worden twee spanningen gebruikt; 136 V voor de elektromotoren van de wissels en seinen, 34 V voor allerlei controlestroomlopen.

Omdat het aantal uit één post te bedienen wissels en seinen steeds groter werd, is besloten een toestel te ontwerpen met kleinere afmetingen dan het oorspronkelijke stelknoptoestel; een bijkomend voordeel is dat het te bouwen seinhuis ook kleiner kan worden.
Een traditioneel stelknoptoestel met 168 stelknoppen heeft een lengte van 13.680 meter.

Het meerrijige stelknoptoestel waarvan het maximum aantal rijen stelknoppen is bepaald op zeven wordt vervaardigd in eenheden van 56 stelknoppen ( 7 rijen van 8 stelknoppen ).
Men kan meerdere eenheden tot één toestel samenbouwen; de lengte van zo'n eenheid bedraagt 90 centimeter.

Het bijzondere aan dit toestel was dat alleen de bedieningstafel in de bedieningsruimte van de post was geplaatst. Op het horizontaal geplaatse bovenvlak dat ongeveer 80 centimeter boven de vloer ligt, zijn de stelknoppen aangebracht.
De vorm en de hoogte van de bedieningstafel heeft tot gevolg dat het bedieningspersoneel niet met de rug naar de sporen staat gekeerd om de stelknoppen te bedienen zodat een beter overzicht op het emplacement mogelijk is.
In een afzonderlijke afgesloten ruimte onder de bedieningsruimte zijn de verschillende ascontacten, magneten, relaissen, weerstanden, eindmoffen enz. ondergebracht.
In het bovenste gedeelte onder de vloer is het mechanische verband (linialenkast) tussen de verschillende stelknoppen ondergebracht.
Door deze constructiewijze is het niet mogelijk de meldingsvensters te bedienen via de sperstaafjes van de spermagneten; deze zijn daarom vervangen door witte lampjes onder elke knop.
Elk lampje is in een gekleurd vierkantje geplaatst; een wit lampje in een rood vierkantje wordt een rood lampje genoemd.
Bij elke stelknop staat de functie vermeld en bij seinstelknoppen en wisselstraatseinstelknoppen staan bovendien de veldnummers van knoppen die normaal moeten liggen cq. moeten zijn omgelegd voordat de betreffende knop kan worden omgelegd.
De bediening komt in principe overeen met de bediening van éénrijige stelknoptoestellen.

Blokkasten worden in combinatie met deze toestellen niet toegepast; als er blokstelsel nodig is dan wordt relaisblokstelsel toegepast.

    

Afbeeldingen van het meerrijige stelknoptoestel.


Door de op vernuftige wijze geconstrueerde linialenkast, een uitvinding van de werktuigkundige A.G. Bouman bij de Dienst van Weg en Werken (afd. Seinwezen) van de Nederlandsche Spoorwegen, is de mogelijkheid geboden om een toestel van een geringe afmeting te bouwen met een groot aantal stelknoppen.


Een tekening van het meerrijige stelknoptoestel.


De stelknoppen kunnen na even ingedrukt te zijn, worden omgelegd en wel: de seinknoppen naar links en rechts in de de stand 90º , de wisselknoppen naar links in de stand 90º en de toestemmimgsknoppen naar links en rechts in de stand 45º.


Een tekening van de koppeling tussen de knoppen


Het eerste meerrijige stelknoptoestel werd geplaatst in Maastricht in het jaar 1935 en het telde 168 velden, verdeeld over drie eenheden van 7 rijen met 8 knoppen.
Het bedieningstableau had een lengte van 2.70 meter; een eenrijig stelknoptoestel met 168 velden zou een lengte hebben gehad van 13.65 meter.

          

Het meerrijige stelknoptoestel in Maastricht d.d. 5 augustus 1985. (Foto's W. Vos)



Het tweede meerrijige stelknoptoestel werd geplaatst te Haarlem in een nieuwe post II in het jaar 1937 en is in gebruik gebleven tot het jaar 1975.


Het interieur van post II te Haarlem (bron: Het Utrechts Archief)


In het jaar 1939 werden vier meerrijige toestellen geplaatst voor de beveiliging van het nieuwe rangeeremplacement Watergraafsmeer.

    

Het toestel in post T Watergraafsmeer (links) en het toestel in post I Watergraafsmeer (rechts) d.d. 28 september 1981.
(Foto's W. Vos)


    

Het toestel in post IV Watergraafsmeer (links) en het toestel in post V Watergraafsmeer (rechts) d.d. 28 september 1981.
(Foto's W. Vos)



terug naar Home terug naar Uitleg